Daar sta je dan. Voor de poort van de school. Je kijkt naar je hoogbegaafde dochter en herinnert je hoe ze eens lachend en dansend naar binnen liep. Nu zie je steeds vaker hoe haar houding gespannen is. Haar schouders zakken verder naar beneden, haar tempo neemt af. Je verbijt je tranen en ademt nog eens diep in. Je pakt haar hand en samen loop je naar binnen.
Herken je dit?
Jij wilt dat je kind gelukkig is.
Als er hoogbegaafdheid bij (één van) je kinderen wordt vastgesteld, dan doet dat iets met jou en met je hele gezin.
Mogelijk is er opluchting, omdat blijkt dat je niet gek bent. Al die tijd heb je gevoeld dat er iets aan de hand was, maar kon je er je vinger niet opleggen. Nu heb je iets op papier staan, wat bewijst dat er echt iets met je kind "aan de hand" is.
Pas na een tijdje besef je dat het vaststellen van hoogbegaafdheid niets verandert aan je kind. Hij of zij gaat zich niet opeens anders voelen of gedragen.
Het vaststellen kan wel het beginpunt zijn om je te verdiepen in hoogbegaafdheid. Steeds meer kwartjes vallen op hun plek en je leert je kind steeds beter te begrijpen. Echter dat jij je kind beter begrijpt en ziet wat het nodig heeft, wil niet zeggen dat de omgeving zich opeens aanpast. De school, familie en vrienden, de sportclub... zonder je kind slim te willen noemen, moet je hen meenemen in hoe het brein van jouw kind werkt en welke aanpassingen dit vraagt. Er komt veel op je af. Je kunt je inlezen, maar geen enkel boek bied je de handleiding over hoe je het moet aanpakken. Zoals elke moeder doe je elke dag weer je uiterste best, maar blijft het een zoektocht wat werkt en wat niet. Hiervoor moet je stevig in je schoenen staan.

Terwijl je kennis over hoogbegaafdheid groter wordt en je nog bewuster naar je kind kijkt, begin je ook bewuster naar jezelf te kijken.
Je denkt terug aan je eigen jeugd. Het gezin waar je opgroeide, je basisschool- en je middelbare schooltijd. Je komt erachter dat er maar weinig mensen waren met wie je echt durfde te delen wat er in je omging. Bij wie je je fijn en op je gemak voelde en bij wie je echt jezelf durfde te zijn. Vaak waren dit mensen met goede voelsprieten en veel levenservaring. Mensen die echt bereid waren om te luisteren naar wat je te zeggen had en die het in de gaten hadden als je verdriet had. Bij je leeftijdsgenootjes hield je je in en liet je nooit het achterste van je tong zien. Je beseft, nu je volwassen bent, dat je je eenzaam gevoeld hebt en dat er maar weinig mensen leken te begrijpen wat er echt allemaal in je hoofd omging.

Ook begin je kritischer naar je werk te kijken. Je beseft dat je je elke dag weer voor de volle honderd procent inzet en meer doet dan wat de functie van je vraagt, maar dat het je nooit de voldoening oplevert die anderen wel lijken te hebben. Zelfs als je thuis bent, blijf je met je werk bezig, want het kan altijd beter. Je ziet waar de knelpunten zitten bij jezelf en in de organisatie en je handen jeuken om daar iets aan te doen. Het kost je veel energie om te zien dat dat niet kan en al helemaal niet in het tempo dat je graag zou willen. Collega's waarderen je, maar begrijpen je niet altijd. Je legt de oorzaak bij jezelf, maar weet niet hoe dit te veranderen.
Nu je in contact komt met andere (hoog)begaafden merk je hoe fijn het is om op hetzelfde niveau te praten en te sparren. Nu je dit eenmaal ervaren hebt, merk je hoeveel moeite het je altijd heeft gekost om gesprekken te voeren over koetjes en kalfjes. Je doet je best, maar het voelt nooit zo vlot als dat het bij anderen lijkt te gaan. Hierdoor lijken vriendschappen te veranderen. Misschien merk je zelfs dat er iets is veranderd in de communicatie met je partner en dat je je ook in je relatie altijd hebt ingehouden.
Langzaam begin je jezelf en je leven met een andere blik te bekijken en merk je dat het leven je niet helemaal past. Je vraagt je af of er bij jou mogelijk ook sprake is van hoogbegaafdheid. En je merkt dat het je de bevestiging geeft dat het terecht was dat je altijd het gevoel had anders te zijn dan anderen. Maar omdat je je al die tijd hebt aangepast en ingehouden, kun je je eigen potentie nog niet zien. Je voelt dat er iets moet veranderen, maar je hebt nog geen idee wat en hoe en dat vind je doodeng. Je bent niet gewend om de controle los te laten, maar nu lijkt het erop dat je niet anders kunt en daar word je onrustig van.

En nu?
Besef dat je kinderen je spiegels zijn. Je kind heeft een proces te gaan, maar jij ook. Uiteindelijk ben jij diegene die wel of niet de keuze durft te maken om zich aan de wereld te laten zien door echt zichzelf te zijn, ongeacht wat anderen van je verwachten. Het mooiste van alles is dat jij door wie je bent je kind beter begrijpt. Dat jij naast je kind mag staan en hem/haar mag leren om van zichzelf te houden met al zijn potentie en eigenaardigheden en alle strubbelingen die op zijn (of haar) pad terecht zullen komen. En dat is toch het mooiste voorbeeld en de belangrijkste levensles die je je kinderen mee kunt geven?